Category Archives: Boeken

Boeken over Cuba

Over Cuba zijn boeken zat geschreven. De meeste gaan over reizen door Cuba en de belangrijkste bezienswaardigheden. De Lonely Planet staat vol met adresjes van de beste paladares en waar je de mooiste hotels kunt vinden. En er zijn zat boeken die de geschiedenis van Cuba beschrijven met name over de periode van 1959 toen Fidel Castro zijn revolutie begon tot aan de dag van vandaag.

Maar wist u dat er ook boeken bestaan die een heel goed beeld geven van het gecompliceerde dagelijks leven van de Cubanen? Onderstaand vind u een vijftal boeken die een tipje van de sluier oplichten en inzicht geven hoe het er in het dagelijks op Cuba aan toe gaat.

 

De Hanenfluisteraar alledaagse indrukken van het leven op Cuba

8e71bd2d92c2e088e3c6596fe98f2933

René Kerkhoven reisde op 20-jarige leeftijd door Mexico, werkte kort na de Sandinistische revolutie van 1979 vijf maanden in Nicaragua en bezocht het hedendaagse Cuba verschillende keren. Zijn belevenissen legde hij vast in een boek met alledaagse indrukken, korte verhalen en interviews met bijzondere mensen. Cuba staat daarbij centraal: een inspirerend land, worstelend met de ogenschijnlijk eindeloze gevolgen van achterhaalde internationale tegenstellingen. Een land dat in de nabije toekomst zomaar enorm zou kunnen veranderen. Een land ook dat het avontuur in de mens losmaakt. Als een vrolijke vrijbuiter beweegt de schrijver zich door Havana en over het Cubaanse platteland. Vol overgave stort hij zich in het slecht onderhouden filmdecor uit de jaren 50. Laat u meevoeren door een land dat in zijn huidige vorm nog maar beperkt houdbaar is.

 

Manto negro

Manto Negro_Omslag_DEF_LC.indd

 

De hoofdpersoon van Manto Negro leidt een heerlijk leven in Havana. Hij werkt af en toe als intermediair tussen buitenlandse zakenlieden en de Cubaanse bureaucratie, verkoopt sigaren of rijdt toeristen rond over het eiland. Iedere morgen wordt hij schaterlachend wakker. Ook al woont hij niet helemaal legaal in Cuba en overtreedt hij soms een paar wetten, iedere keer als er problemen dreigen weet hij met een beetje vindingrijkheid en de inzet van zijn contacten een oplossing te vinden. Maar als zijn vriendin onder onduidelijke omstandigheden wordt gearresteerd en naar de vrouwengevangenis Manto Negro wordt gestuurd heeft hij er een enorme kluif aan om haar vrij te krijgen. Hij lijkt steeds minder grip op de situatie te krijgen en daalt met toenemende frustratie af in een wereld die hij in het geheel niet naar zijn hand kan zetten.

 

De Ritselaars van Havana

1001004002412110

 

De Cubanen wachten eigenlijk maar op één ding: de dood van Fidel Castro. Ondertussen scharrelen ze naar voedsel op de zwarte markt, doen pogingen het land uit te komen en applaudisseren gedwongen mee voor de restanten van de eens zo veelbelovende Revolutie. De geheime dienst is doorgedrongen tot in elke vezel van de maatschappij, angst en onderling wantrouwen regeren.

De ritselaars van Havana is het persoonlijke verhaal van journalist Edwin Koopman. Hij vertrekt naar Cuba om er een bekende dissident te interviewen, maar raakt gaandeweg verstrikt in een web van geheimzinnige ontmoetingen en zijn eigen toenemende paranoia. Net als hij denkt dat hem niets zal gebeuren, wordt hij opgepakt.

 

Cuba koorts


omslag-Cuba-koorts-1-1

 

Na afloop van een oogheelkundig congres over kokerzien in Havana ontmoet Jan, een Nederlandse oogarts, de Cubaanse Luz. Ze is de dochter van een heldin van de revolutie. In tegenstelling tot haar moeder, die de idealen van de revolutie door een gekleurde bril blijft zien, loopt Luz vast in de realiteit van een leven vol tegenwerking en tekorten. In eigen land voelt zij zich in vergelijking met de binnenstromende toeristen een tweederangsburger. Bovendien raakt ze in moeilijkheden door betrokkenheid bij de opzet van onafhankelijke bibliotheken. Wat voor Jan echte liefde lijkt, is voor haar eerder een vorm van love-sharing. Een mogelijkheid om weg te komen uit een land dat haar verstikt maar waarvan zij niet kan loskomen. Hun relatie krijgt onverwachte wendingen door de geboorte van een zoon maar ook door wederzijds onbegrip. Jan loopt vast in de val van verliefdheid, vecht met verantwoordelijkheid en kan het failliet van een relatie waarvoor hij veel heeft opgegeven, niet aanvaarden. Luz wordt een speelbal van heimwee en woede en vindt bij haar moeder een klankbord voor gefrustreerd verdriet.
Een ontroerende roman over wat machteloosheid met Cubanen doet, over de lagen en de listen die de liefde in petto kan hebben en over het wrede toeval dat mensen parten speelt.

 

 

 

CubaConga (E-book)

cropped-cubareizencaddilac-1

 

 

Cuba is een waanzinnig gaaf klotenland (of andersom) en jij mag zelf kiezen of je verblijf waanzinnig gaaf wordt of domweg K.

Op het vliegveld op de terugweg zul je grofweg twee soorten mensen tegenkomen: Juichend positief of juist huilend negatief. Beide groepen hebben hetzelfde land bezocht, dezelfde dingen gezien dezelfde reis gemaakt gedaan. Het verschil zit hem in de mentaliteit en de voorbereiding. Met je mentaliteit kunnen we je niet helpen, met de voorbereiding wel. We hebben een hele reeks tips op een rijtje gezet voor mensen die beter door Cuba willen reizen.

Je wilt door Cuba Reizen gewapend met de juiste informatie. Op Cuba is niets wat het lijkt, tenzij het wel zo is of andersom. De werkelijkheid is op Cuba een bijzonder complex en verwarrend concept.

De Hanenfluisteraar

hanenfluisteraar

De Hanenfluisteraar – alledaagse indrukken van het leven op Cuba

René Kerkhoven reisde op 20-jarige leeftijd door Mexico, werkte kort na de Sandinistische revolutie van 1979 vijf maanden in Nicaragua en bezocht het hedendaagse Cuba verschillende keren. Zijn belevenissen legde hij vast in een boek met alledaagse indrukken, korte verhalen en interviews met bijzondere mensen. Cuba staat daarbij centraal: een inspirerend land, worstelend met de ogenschijnlijk eindeloze gevolgen van achterhaalde internationale tegenstellingen. Een land dat in de nabije toekomst zomaar enorm zou kunnen veranderen. Een land ook dat het avontuur in de mens losmaakt. Als een vrolijke vrijbuiter beweegt de schrijver zich door Havana en over het Cubaanse platteland. Vol overgave stort hij zich in het slecht onderhouden filmdecor uit de jaren 50. Laat u meevoeren door een land dat in zijn huidige vorm nog maar beperkt houdbaar is.

‘Een met veel humor geschreven kennismaking met het echte Cuba. Ik heb ontzettend moeten lachen!’
‘Een kleurrijke beschrijving van mijn Cuba met al zijn mogelijkheden en beperkingen. Zo herkenbaar, ik voel me door het lezen zomaar even terug op Cuba.’    (Tanja Kas en Vidal Cruz Conde, Cuba Linda, Dordrecht)

De Hanenfluisteraar is samengesteld uit losse reisimpressies, overwegend humoristisch maar soms ook met een serieuze ondertoon. Daarnaast zijn er enkele interviews met boeiende mensen in verwerkt. Een van hen is Ova Carnero, de laatst nog levende visser die bevriend was met Ernest Hemingway en die als kind van acht de vangst van een reusachtige haai dohanenfluisteraar2or vissers met roeiboten van dichtbij meemaakte. Het boek eindigt met De Hanenfluisteraar, een kort Cubaans verhaal dat René Kerkhoven in oorspronkelijke versie begin 2013 in Havana in het Spaans schreef onder de titel ‘El hombre que habló con los gallos’.
Het boek is een feest van herkenning voor degenen die Cuba eerder bezochten. Voor mensen die reisplannen hebben is het een inspirerende kennismaking met het eiland, met tussen de regels door veel bruikbare informatie.

Het boek De Hanenfluisteraar is bij casa-paricular.nl verkrijgbaar voor € 17,95 incl. verzendkosten. Om te bestellen stuur ons een mail.

 

Cubaanse verhalen
Door op het onderstaande plaatje te klikken kun je een hoofdstuk uit ‘De Hanenfluisteraar’ lezen.

havanaclub

 

Huib Billiet (2)

foto Sabor Latino

Cubanen zijn bekend om hun danslust, hun ritmisch en muzikaal gevoel en hun feestelijke aard. Geen wonder dat daar in volkse uitdrukkingen, vaak op een schalkse manier aan wordt gerefereerd. De met muziek, dans en feest geassocieerde taalvondsten behoren tot de hardnekkigste van het eiland. Hieronder volgt een selectie. Een artikel over levende volkstaal geeft altijd een wat verouderd beeld. De jeugd heeft niet zoveel meer aan een wiegende vrouwenheup die de generatie van de jaren vijftig uit evenwicht bracht. Zij smult volop van de pikante woorden en uitdrukkingen uit dansliedjes van een El Tosco of een Manolín. Dat is stof voor een ander artikel. Hier volgt wat vooraf ging.

Over de timbales van Maceo
en snaarloze bandurrias

We beginnen met instrumenten. De bongó bestaat uit twee trommeltjes die met elkaar verbonden zijn. Het instrument wordt met de handen bespeeld. ‘Rompe el bongó’ (letterlijk, de bongó breekt) betekent dat het dansnummer of het feest losbarst. De uitdrukking vindt zijn oorsprong in de uitvoering van een dansnummer door volksorkestjes uit het begin van de twintigste eeuw. In het tweede, geagiteerde deel werd vaak een solo op de bongó ingelast. ‘Una situación de bongó’ is een ingewikkelde of moeilijke situatie. ‘Rompe el timbal’ kan ook. Timbal is een grote pauk, of een eenvellige, op een statief gemonteerde trom. Een timbal is ook een (grote) hoeveelheid: ‘En la biblioteca hay un timbal de libros’. (In de bibliotheek zijn er enorm veel boeken). Op Cuba wordt het woord cojones (testikels) in tal van Spaanse uitdrukkingen vervangen door het woord timbales. Je moet lef hebben, is ‘hay que tener timbales’. Iemand met ‘timbales más grandes que Maceo’ heeft geen grotere testikels dan Maceo, maar is een dapper en waardig iemand. Antonio Maceo was een vrijheidsstrijder uit de onafhankelijkheidsoorlog tegen Spanje.

Cajón (kist) is bijna het vrouwelijke equivalent van timbales. ‘Tener el cajón entero’ is een grote kont hebben. Erg vriendelijk lijkt: ‘¡Qué clase de cajón tiene esa mulata!’ niet, maar een Cubaans meisje is daar soms door gevleid. Wat heeft dit met muziekinstrumenten te maken? Houten kisten worden op het eiland als klankmiddel gebruik. De associatie met het ‘achterste’ van een vrouw is niet zo vreemd, als men weet dat de muzikant de cajón op de knieën legt, tussen de benen klemt, of er zelfs op gaat zitten.

Iemand verzoeken zijn mond houden (wat op Cuba soms nodig is), kan zo: ‘cierre el piano que está desafinado’ (doe je piano maar dicht, want ze klinkt vals). ‘Sonarle a una mujer el piano’ betekent seksueel contact hebben met een vrouw. We blijven nog even bij het onderwerp. ‘Tocar la flauta hasta las nueve plantas’ (letterlijk: fluit spelen tot negen verdiepingen) betekent de penis in volstrekte erectie brengen. En een vrouw op alle mogelijke manieren seksueel bevredigen, is ‘no dar migaja sino flauta’ (geen kruimels geven, maar een fluit). Daarmee zijn we wel even afgedwaald, want het gaat hier niet om een muziekinstrument, maar om een stokbrood. De bandurria is een mooi ogend snaarinstrument dat, net als de luit, in landelijke muziek wordt gebruikt. Maar ‘una bandurria con las cuerdas rotas’ (een bandurria met gebroken snaren) is een lelijke vrouw.

Een vrouw als een tango
is geen uitnodiging voor een wals

In tal van uitdrukkingen wordt gerefereerd aan muziekgenres die soms tegelijkertijd aanduiding zijn voor feest en voor de minder vreugdevolle consequenties, als dit uit de hand loopt. De guaracha is een hekelend, spottend volksgenre. Met het woord wordt ook de mop, of de grap zelf aangeduid. Een guarachero is een opgewekt persoon die alles lachwekkend vindt. De pachanga is een andere muziekvorm. ‘Se acabó la pachanga’ betekent het is gedaan met het goede leven en ‘querer pachanga’ is problemen zoeken.

‘Coger el ritmo del chachachá’ betekent iets aanleren, iets in de vingers krijgen. In de uitdrukking ‘dar un pase de chachachá’ kan het woord ‘pase’ als handbeweging worden vertaald: ‘Si le da a Juan dos pases de chachachá, éste se enamora perdidamente.’ (Als ze Juan ook maar even aanraakt, wordt hij hopeloos op haar verliefd.) Het leuke van de uitdrukking is dat ‘pase’ ook (dans)pasje en vrijgeleide kan betekenen. Het tempo van de Cubaanse conga ligt beduidend hoger dan dat van onze mars. ‘Hacer algo a paso de conga’ is iets haastig doen. Comparsa is een straatoptocht en heeft ook de betekenis van ‘aanhang’, ‘hoeveelheid’. Als bij de bonen een hoop aardappelen wordt geserveerd, gaat het over ‘una comparsa de papas’. Een vrouw die veel aanbidders (achter zich) heeft, ‘tiene detrás una comparsa’.

Veel huilen is ‘cantar tangos’. Dan is het beter het over een andere boeg te gooien en een bolero te zingen (‘Olvida el tango y canta un bolero.’) Een lelijke, door het leven getekende vrouw wordt met een tango geassocieerd: ‘Es una mujer como el tango.’ Een montuno is een soort collectief refrein met meer dynamiek. Als iemand iets onafgewerkt laat, of vertrekt, als het (eigenlijke) werk nog moet beginnen, zegt men: ‘Tú te vas siempre cuando está empezando el montuno.’ (Jij gaat altijd weg als het montuno begint.) Omgekeerd wordt gezegd van iemand die niet van ophouden weet: ‘Tiene un montuno que no para.’ Een gelijkaardige uitdrukking vermeldt de danzón, een zeer populair muziekgenre in de eerste helft van de twintigste eeuw. Over iemand die heel actief of bedrijvig is, zegt men: ‘Escribe danzones.’ (Hij schrijft danzones.) Montuno en danzón in één dialoogzin kan ook: ‘Ese debe escribir danzones. ¿Por qué? Porque tiene un montuno que no para.’ (Die schrijft zeker danzones. Waarom? Omdat hij niet van ophouden weet.)

Over een erg mooie vrouw zeggen Cubanen dat ze ‘una invitacion al vals’ is, een uitnodiging tot de wals. Een uitdrukking die het nog altijd doet, is ‘cambiar de palo para rumba’. Ze wijst op een drastische verandering, in het bijzonder het om de haverklap wisselen van meisje. In de rumba-guaguancó bewegen de dansers zich over een grote ruimte. Daarom betekent ‘inventar un guaguancó sobre un ladrillo’ (een guaguancó dansen op één tegel) intelligent, inventief, of listig zijn. Op Cuba hoor je: ‘die moet je niet vertrouwen; hij zou zelfs een guaguancó op één tegel dansen’.

Over de heupen van Pons
en het koeterfrans van Bola

Uitzonderlijke Cubaanse artiesten en groepen zijn in volkse uitdrukkingen vereeuwigd. Het orkest van Antonio Arnaño was razend populair. Over iemand die buitengewoon is, zegt men ‘Este hombre es Las Maravillas de Arcaño.’ (Hij is als het orkest Las Maravillas van Arcaño.) In de overtreffende trap wordt een schitterende groep toegevoegd: ‘Ese matemático es las Maravillas de Arcaño con Chapotín y sus estrellas.’ (Deze wiskundige is het orkest Maravillas van Arcaño en Chapotin met zijn sterren er bovenop.) Wie op de poef leeft, ‘tiene una Sonora Matancera arriba’. La Sonora Matancera was één van de best betaalde groepen.

De rumbadanseres María Antonieta Pons sprong in het oog door haar geweldige heupen. Haar bijnaam was ‘ciclón antillano’. Ze leeft verder in de uitdrukking: ‘¡Qué caderas las de esa mujer! Es María Antoineta Pons.’ (Wat een heupen heeft die vrouw, het lijkt wel María Antoineta Pons.) ‘Poner a alguien en el ballet de Alicia Alonso’ (iemand in het ballet van Alonso plaatsen) betekent dan weer iemand hard doen werken. Hier wordt verwezen naar de prima balerina van het Nationaal Cubaans Ballet. De uitdrukking ‘Creerse una mujer Amalia Batista’ (denken dat je Amalia Batista bent) refereert aan het lyrische theaterwerk van Rodrigo Prats, met de tekst “Amalia Batista, Amalia Mayombe, qué tiene esa negra que mata a los hombres.” (Wat heeft die negerin dat ze het hoofd van de mannen op hol brengt.)

De populaire zangeres Rita Montaner stond erom bekend altijd ad rem uit de hoek te komen; vandaar de uitdrukking ‘tener la lengua de Rita Montaner’ (een tong hebben als van Rita Montaner). De uitdrukking ‘Ser el Beny de la familia’ (de Beny van de familie zijn) refereert aan de populaire zanger Beny Moré, nog altijd de uitverkorene van veel (oudere) Cubanen. Over het gebrekkige Frans dat iemand praat, wordt gezegd: ‘Es francés de Bola de Nieve.’ Deze uitdrukking verwijst naar het lied ‘Monsieur Julián’ van Ignacio Villa ‘Bola de Nieve’. Enkele uitdrukkingen brengen Joseíto Fernández, de zanger van La Guantanamera, ter sprake. Hij verzorgde in de jaren veertig een radioprogramma waarin op het bekende thema een ellenlange tekst werd geïmproviseerd. Over iemand die zich met veel woorden uit een situatie probeert te praten of die iemand de volle lading geeft (in een ruzie bijvoorbeeld) wordt gezegd dat hij de Guantanamera van Joseíto Fernández zingt. ‘Lo sorprendió con otra mujer y le cantó una Guantanamera con Joseíto Fernández y todo.’ betekent: ze vond hem in bed met een andere vrouw en ze gaf hem de volle lading.

Over liedjesteksten
en gloeiende handen

‘El Manisero’ (de pindaventer) is het wereldberoemde nummer van Moisés Simons. Het eindigt met de herhalende woorden: “Ik ga, ik ben weg.” ‘Cantar el Manisero’ (el Manisero zingen) is sterven. Naar het nummer van Ignacio Piñeiro ‘La cachimba de San Juan’ wordt verwezen in de uitdrukking: ‘Esa mierda que pisaste está como la cachimba de San Juan.’ (Letterlijk: de drol waar je in hebt getrapt, is zoals de pijp van San Juan, met andere woorden stinkt.) Een populair nummer van Felipe Neri Cabrera is ‘¿Como está Miguel?’. Wil je weten hoe het gaat of hoe de zaken ervoor staan, dan zeg je: ‘Vamos a ver como baila Miguel.’ (We gaan eens zien hoe Miguel danst.) Als je wil vragen wie het gedaan heeft, zeg je: ‘¿Quién persiguió a Muchilanga?’ (Wie vervolgt Muchilanga?), naar een bekend nummer van Arsenio Rodríguez.

Een heel populaire rumba van Asencio González ‘Tío Tom’ ligt aan de basis van de troostende uitspraak: ‘Consuélate como yo’, waarbij men de rest van het vers in gedachten houdt: ‘yo también tuve un amor y lo perdí.’ (Ik had ook een geliefde en ik ben ze kwijt.) Iemand die een formidabele dag heeft, ‘Tiene un día como el guajiro de Cunagua.’ (Hij heeft een dag als de boer van Cunagua.) De uitdrukking is op een lied van Juana González gebaseerd. Hetzelfde lied inspireerde nog een andere uitdrukking. ‘Tener la mano caliente’ (gloeiende handen hebben) refereert aan de bongó-speler. Bij onenigheid zwaait er wat. ‘Mi hijo me respeta. El sabe que tengo la mano caliente.’ (Mijn zoon respecteert me. Hij weet dat ik gloeiende handen heb.)

Het nummer La Guantanamera inspireerde een hele reeks uitdrukkingen. ‘No me mezclas en ese guantanamera.’ betekent: ik bemoei me niet met dit probleem. Als een feest op een gewelddadige manier uit de hand loopt, zegt men: ‘En la fiesta se formó una guantanamera.’ Aan een lied van Rolando La Serie refereert de uitdrukking: ‘tirarle una mujer a un hombre la palangana y darle con el guapachá’. De vrouw maakt hevige ruzie met haar man, maar ze blijft erg op hem verliefd. Palangana is een halve kalebas die gebruikt wordt als kom. Guapachá is een variant van de guaracha. De uitdrukking betekent dus eerst iemand een palangana naar het hoofd slingeren en er vervolgens de guapachá mee dansen.

Als je m’n vis vraagt,
kun je in de microfoon praten

Wie de hele dag met roken en koffie drinken, doorbrengt, is een ‘hija de Mamá Inés’, een dochter van Mamá Inés. Dit refereert aan het populaire nummer van Eliseo Grenet en Ernesto Lecuona: “Ay Mamá Inés, todos los negros tomamos café.” (Ay Mamá Inés, alle negers drinken koffie.) Heb je een rothumeur, of ben je ziek, dan moet je naar Guanabacoa. Deze wijk aan de overkant van de baai van Havana is bekend om zijn zwarte voorspellers en genezers. De uitdrukking ‘pásate por Guanabacoa’ is aan het lied van Hermengildo Cárdenas (‘El brujo de Guanabacoa’) ontleend. Iemand die uit La Loma komt, is een verdacht, of slecht persoon. De uitdrukking ‘Cuídate de ellos que son de La Loma.’ (Pas op met die lui, ze komen van La Loma.) refereert aan een bekend refrein waarin sprake is van de oude gevangenis van Havana, het Castillo del Príncipe, die zich op een heuvel bevond: (‘Me llevan pa’ La Loma…’). ‘Tocar la flauta de Bartolo.’ betekent pijpen. Dit komt van de liedtekst: ‘Bartolo tenía una flauta con un agujero solo, todo el mundo se divertía con la flauta de Bartolo.’ (Bartolo had een fluit met één enkel gaatje, iedereen amuseerde zich daarmee.) ‘Hablar por el micrófono’ in de microfoon praten) heeft voor de Cubanen dezelfde betekenis.

Papá Montero is de figuur uit het gelijknamig nummer van Ray Ramos, in New York uit Portoricaanse ouders geboren. Papá Montero is als een soort Cubaanse legende geadopteerd. ‘El que en vida fue, Papá Montero’ (hij die tijdens zijn leven een Papá Montero was) wordt gezegd van iemand die uitzinnig van het leven heeft genoten. Sterven als een Papá Montero gebeurt ten gevolge van overdreven drank- en vrouwengebruik. Heel populair is ‘Si me pides el pescado te lo doy.’ (Letterlijk: als je mijn vis vraagt, geef ik hem.) Pescado heeft een seksuele associatie. De uitdrukking betekent niet alleen voor jou doe ik alles, maar ook ik wil met je naar bed.

Een lied van Ignacio Villa ‘Bola de Nieve’ ligt aan de basis van een sympathieke uitdrukking: ‘Chivo que rompe tambor con su pellejo paga.’ (Letterlijk: de geit die de trom breekt, moet het met zijn vacht betalen.) Wie het potje breekt… Heb je een goede stem, dan heb je ‘yerba santa en la garganta’ (heilig kruid in de keel). Deze uitdrukking is afkomstig uit een lied van Celia Cruz. ‘Alterar a alguien el trigémino’ (iemand zijn drielingzenuw vervangen) betekent iemand nerveus maken. ‘Juan me altera el trigémino cuando me llama por teléfono.’ (Als Juan me belt, maakt hij me nerveus.) Deze uitdrukking refereert aan het lied ‘El Paralítico’ van Miguel Matamoros en aan de genezingsmethode van een op Cuba wonend Spaans medicus die verschillende ziekten verhielp door de drielingzenuw te masseren.

Een Gallego gaat beter
niet naar Tropicana

Iets heel bijzonders, of het onmogelijke willen, is ‘carnavales de Oriente en Navidad’ vragen (het carnaval van Oriente tijdens Kerstmis). Trek je altijd een blij gezicht, dan heb je een ‘cara de carnaval’, maar ‘encender un carnaval’ (een carnaval ontketenen) is trammelant maken. De oude uitdrukking ‘A la fiesta de los bombones no pueden ir los caramelos.’ (Mulatten mogen niet naar het feest van de negers.) heeft een recente variant. Om aan te geven dat iemand een nietsnut is, zegt een Cubaan: ‘En la fiesta de los caramelos tú no eres ni papel del rompequijá.’ (Op het feest van de karamellen ben jij zelfs nog niet het papiertje dat er omheen zit.) Aan iemand die in zijn neus peutert, wordt gevraagd: ‘¿Hay fiesta esta noche, que estás limpiando los faroles?’ (Is er ergens een feest vanavond, omdat je de lantaarns schoonmaakt?)

De Cubanen hebben de vanzelfsprekende relatie tussen dansen, feesten, versieren en veroveren in verschillende uitdrukkingen vereeuwigd. ‘Querer estar de fiesta’ (een feest willen ondergaan) betekent ook willen neuken. Hetzelfde geldt voor ‘ir al Tropicana’ (naar het cabaret Tropicana gaan). ‘Bailar’ is dansen, maar ‘bailarle el marido a otra’ (met de man van een ander dansen) is vreemdgaan. ‘A esa le están bailando el marido y no se da cuenta.’ betekent: haar man is aan het dansen en ze heeft het niet in de gaten. ‘El Titi está loco por bailarse a la temba de los bajos.’ (‘Titi’ zou het wat graag eens doen met de rijpe vrouw van beneden). Heb je geen geluk in het leven, dan ‘bailas con la más fea’ (dans je met de meest lelijke) en ‘pasar la vida bailando el yoyo’ is zijn hele leven seks hebben, bij wijze van spreken. Het is erg als je op Cuba een ‘Gallego’ bent, want dit is een scheldwoord voor iemand die al helemaal niet kan dansen. Voor hem is het beter dat het feest onmiddellijk eindigt. Dan zegt een Cubaan ‘Se acabó la música.’ (De muziek is gedaan.), waarmee wordt aangegeven dat iets echt afgelopen is. Dan valt er niets meer te zeggen.

© Huib Billiet
(Met dank aan Kees Stevens voor het commentaar op het Nederlands)

Bron: Sánchez-Boudy: Diccionario Mayor de Cubanismos, Miami: Ediciones Universal, 1990
Santiestebán, Argelio, El habla popular cubana de hoy, Ciudad de La Habana: Editorial de Ciencias Sociales, 1982

http://home.scarlet.be/huib.billiet/overcuba/cubaset.html

Huib Billiet

foto José Manuel Ferrater

(Uit de onuitgegeven bundel “Cubaneando”)

Door een speling van het lot leverde mijn postbode op dezelfde dag drie boeken af: de in Madrid bestelde monografie uit 1922 van Calixto Masó over het Cubaans karakter; het in Miami opgevraagde recente boek van José Boudy over de filosofie van de Cubaan en het fotoboek van Knokkenaar Fabien Raes. Het werk van Masó vertoont alle gebreken van een eerste wetenschappelijke aanzet. Boudy verbetert een aantal gebreken, maar zijn boek is een typisch intellectueel product van de anti-Castro-migrantengemeenschap. Raes, die zich over dit alles niet druk hoeft te maken, vertrouwt op zijn manier enkele karakteristieken van de Cubaanse aard aan het fotopapier toe. Allen proberen iets te vangen dat onvangbaar is en hetzelfde kan gezegd worden van dit relaas.

De Cubaan beschikt over een buitengewoon geheugen en is schrander en intelligent, maar dit alles wordt door zijn impulsieve en kortstondige passies overschaduwd. Hij heeft niet de vereiste capaciteit om te generaliseren. Iets uitdiepen is niet zijn sterkste kant. Zijn denken wordt door oppervlakkigheid gekenmerkt en hij oordeelt in het wilde weg. Boudy is het er niet mee eens. Hij acht het postrevolutionair regime (veertig jaar oud) verantwoordelijk voor de negatieve aspecten van de Cubaanse aard (meer dan honderdvijftig jaar oud). Hij weerspreekt het oordeel dat het eiland weinig filosofen, wiskundigen en essayisten heeft voortgebracht. Ook al zou dit zo zijn, dan zou dat ruim door het aantal schrijvers, redenaars en dichters gecompenseerd worden. Hij ontkent de passie niet, maar ziet er geen negatieve karaktertrek in.

Masó merkt op dat de Cubaan halsstarrig is, zelfs in het besef dat hij ongelijk heeft. Als gevolg van zijn gepassioneerd temperament kan zijn denken onsamenhangend zijn. Daarentegen beschikt de Cubaan over een vruchtbare verbeeldingskracht. Voor Boudy is de Cubaan een spiritueel wezen. Deze spiritualiteit komt voort uit het feit dat hij nooit gedwongen werd de natuur te overwinnen, maar zich slechts heeft moeten aanpassen. In meer dan een opzicht heeft de Cubaan zich aan de natuur gespiegeld en dat leverde hem enkele eigenschappen op: stijfkoppigheid of trots, hardheid, onplooibaarheid. Dat horen we bijvoorbeeld in de volkse uitdrukkingen als ‘somos verticales como la palma’, ‘somos duros como la quiebrahacha’ en ‘somos fuertes como la ceiba’, om slechts bij die drie boomsoorten te blijven. De Cubaan is eerlijk, hartelijk, onbaatzuchtig en gemoedelijk, een door en door goed mens die (veel te) veel vertrouwen heeft. Gedachten vangen in een foto is geen kinderspel, maar Raes heeft – misschien onbewust – zowel de trots, als de gemoedelijkheid in zijn focus weten te grijpen.

Een andere uiting van spiritualiteit wordt in de levensvreugde en het gevoel voor humor weerspiegeld. Slechts enkele minuten in de nabijheid van een Cubaan is voor iemand voldoende om de zon te zien schijnen en het leven lachend aan te kijken. Hoe een Cubaan dat klaarspeelt? Op de eerste plaats via een prikkelend woordgebruik waarvan klankkleur en dynamiek van tientallen andere volkeren te onderscheiden is. Daarenboven beschikt hij over een verlokkelijke lichaamstaal, vol symbolische handbewegingen en spontane aanrakingen van zijn toehoorders.

Een Cubaan heeft geen grote vooruitziende blik, maar geniet op een intense manier van het heden. Het leven is voor hem een wandeling. Slechts één letter onderscheidt het werkwoord pasear, wandelen van pasar, voorbijgaan. De Cubaan kan zijn bestaan moeilijk een tragische zin geven. Uitdrukkingen met een tragisch karakter zijn schaars. Dat hij het leven als een spel opvat, blijkt uit de verwijzingen naar honkbal in de manier waarop sterven wordt verwoord: ‘Colgar el guante’ (de handschoen ophangen), ‘Lanzar la última pelota’ (de laatste bal gooien), ‘Le colgaron un scon’ (hij heeft negen nullen gekregen).

Over de lamlendigheid van de Cubaan zijn heel wat polemieken gevoerd. Masó beschouwt dit als grote oorzaak voor zowat alle sociale en politieke kwalen. In de fotokeuze van Raes komt de verhouding tussen actie en non-actie ongeveer neer op 16/100, maar zelfs de actiefoto’s (Man at work, Daily work, Cezanne) stralen de rust van een stilleven uit. In zijn zoektocht naar de oorzaken van het fenomeen citeert Masó herhaaldelijk Montesquieu, die aan de klimatologische invloed een overdreven belang hechtte. We weten ondertussen al een tijdje dat het tropische klimaat geschikt is voor de meest verheven manifestaties van menselijke activiteit.

Masó komt dan, met uitzondering van de Indianen en de geïmporteerde Chinezen, bij de pre-Cubaanse volkeren terecht. Hij gaat even in op de fanatieke Arabieren, de hooghartige Goten, de koppige Iberiërs, de krijgshaftige Kelten en de op veroveren gebrande Romeinen, om vervolgens de Spanjaard een en ander in de schoenen te schuiven. De etnoloog Fernando Ortiz reikt hem enkele karakteristieken van de Afrikanen aan: lichtzinnig, dansgek, sensueel, bijgelovig, een afkeer hebbend van het abstracte denken, gewelddadig, frivool en babbelziek. De Cubaan praat zonder te handelen. Hij praat veel en doet dat met retorische hoogdravendheid en overdreven gesticulatie. Hij ervaart dat als puur genot. Hij praat tegen zichzelf en tegen de goden. Het ‘palaveren’ neemt een groot deel van de tijd in beslag. Dit brengt ons bij de tijdservaring waarvan Raes ons enkele staaltjes presenteert. Doordat het leven een spel is, wordt tijd als volstrekt onbelangrijk ervaren. De periode tussen twee levenssensaties wordt niet als leeg ervarenfoto Fabien Raes. Tijd verliezen is moeilijk inleefbaar. Haast en ongeduld doden immers het levensgenot. Als een Cubaan ahorita (onmiddellijk) zegt, moet men dat nooit letterlijk nemen. En als hij het verkleinwoord ahoritica gebruikt, denk dan vooral niet dat onmiddellijk nog onmiddellijker wordt. Als een Cubaan een afspraak heeft gemaakt om vier uur, neemt hij – ofschoon hij niets te doen heeft – pas om kwart over vier een douche. Het moment van het zich gereedmaken ervaart hij als een haast intens geluk. Hij weet immers dat de ander dat precies zo ervaart.

De Cubaan staat bekend als dienstig en solidair. Zijn gastvrijheid is legendarisch. Hij draagt de vrijheid hoog in het vaandel, maar volgens Masó vervalt hij daardoor soms in een staat van losbandigheid. Hij is lichtgeraakt en arrogant, wat hem soms in een agressieve pauw verandert. Hij belijdt de zelfverheerlijking en lijdt aan hanigheid. Het machismo is geen Cubaans privilege. De Mexicanen zouden de eersten zijn om dit aan te vechten, maar de overheersingdrang van de Cubaanse man is evenmin een fabeltje. Als Raes een koppeltje heeft zien naderen, dat gevraagd heeft of zij een foto van hem mochten nemen, en vervolgens de vrouw de camera in de handen heeft proberen te stoppen, weet hij wat ik bedoel. De Cubaan voelt een permanente drang een belangrijke rol te spelen in de maatschappij en het gevolg van zijn frustraties is een onophoudelijke ontevredenheid. Een statussymbool als een auto bezitten (het fotoboek wemelt ervan) is voor een Cubaan nog altijd super. Boudy houdt vol dat het met het machismo op Cuba allemaal nog meevalt, omdat de vrouw in feite de touwtjes in handen houdt.

Een onthutsend deel van het leven van een Cubaan gaat voorbij zijn hart. Zijn emoties halen het op de rijkdom aan ideeën. Hij houdt van zijn naaste in bijbelse zin en bezit een romantische ziel. Boudy stelt in grote mate de natuur verantwoordelijk voor het romantische in de Cubaan. Het woud (vóór de 17de eeuw was Cuba voor negentig percent bebost), de blauwe zee met zijn bevallige baaien en riffen, de weelderige fauna en flora, de koningspalmen, maar ook bepaalde vormen van inheemse en koloniale architectuur en verschillende lichtschakeringen hebben van de Cubaan een vreselijke dromer gemaakt. Raes was zo handig in zwart-wit te werken, wat de kijker onbewust tot kleurrijke verbeelding verplicht.

De Cubaan versiert en liefhebbert de hele dag door, maar doet dat niet op een stuntelige manier. Hij neemt er de tijd voor en creëert voor de gelegenheid een originele woordenschat. Met de Cubaanse piropos of luidop geuite complementjes, kan men boekdelen vullen. De Cubaan is erg beminnelijk, maar soms wispelturig en agressief. Hij springt van liefde naar afkeer, van bewondering naar het vergeten, van een zoen naar een belediging. Een paraderend vrouwenlichaam, een knipoog of de geur van een parfum is voor de Cubaanse man voldoende om zijn hartstochten tot vreselijke proporties op te blazen. Het huwelijk is de ultieme liefdesverklaring en de gemiddelde Cubaanse man herhaalt het onontkoombaar ritueel minstens drie à vier keer. (Iets minder in aantal aanwezig in het fotoboek).Foto Fabien Raes

Voor de actief zinnelijke mens is Cuba een paradijs. Volgens Masó leeft een groot gedeelte van de bevolking enkel om de vleselijke verlangens te bevredigen. Dit spel heeft een belangrijke sociale dimensie, want de man moet ook uitpakken met zijn veroveringen. Een intelligente, beschaafde en redelijke Cubaan zal vrolijk vertellen dat hij zijn best zal doen een leuk meisje te benaderen en ‘het’ zo vaak hij kan met haar wil doen, zonder dat zijn attenties tegenover zijn vrouw aan intensiteit zullen inboeten. Het is niet enkel Masó opgevallen dat de Cubaanse vrouwen mooi en exuberant zijn, dat hun lichamen bevallige vormen hebben en dat hun natuurlijke koketterie in de tropen lagere hartstochten wakker maakt.

Onder de vele karakteristieken van de Cubaanse aard krijgt de zinnelijkheid ook van Raes een tien. Niet de rechte lijn, maar de kromme en de parabool is toonaangevend. Zelfs de koningspalm geeft ondanks zijn verticaliteit van een lichtbuikige sierlijkheid blijk. Op de meerderheid van de foto’s staat de sensuele curve het genadeloze perspectief in de weg, hetzij in hoedanigheid van een auto-onderdeel, een barokke gevelversiering, of de positie van het vrouwenhaar. Bovendien brengt Raes ons met zijn vrouwenfoto’s ongewild terug naar het einde van de 18de eeuw, toen enkele gezagsdragers de eerste moraliteitswetten ontwierpen, terwijl ze door het raam naar de vrouwen staarden die nog met een naakt bovenlijf door het leven liepen. Voor Masó is de zinnelijkheid nog een gebrek. Raes laat haar zien in haar meest vleselijke vorm. Meer dan de twee andere auteurs heeft hij willen strelen en ook dat is een Cubaanse karaktertrek.

Bron: http://home.scarlet.be/huib.billiet/overcuba/cubaanseaard.html

CubaConga

CubaConga het boek dat je gelezen moet hebben voor je naar Cuba gaat.

 

Als je binnenkort naar Cuba gaat heb je vast al de Lonely Planet aangeschaft. Om een beetje een idee te krijgen van Cuba. Of je hebt Made in Havana gekocht om alvast de sfeer te proeven. Allemaal heel leuk.Maar ik leerde pas echt wat over Cuba toen ik de man ontmoete die zei niet de schrijver te zijn van CubaConga. Dit boek móet je gelezen hebben alvorens naar Cuba af te reizen. CubaConga, “de beste alternatieve Cuba reisgids”

 

Cuba is een bizar land. En zoals de man zegt die het boek CubaConga niet geschreven zegt te hebben, het is een fantastisch shitland. Natuurlijk is Cuba het land van rum, sigaren, salsa en oldtimers.

CRW_5754

Maar Cuba is ook het land de libreta, communisme en censuur. Dit zijn boeiende dingen voor toeristen. Maar het is heel moeilijk (onmogelijk) het land te doorgronden in 2 – 3 vakantie in Cuba.

En daarom is CubaConga geschreven. Een Nederlandstalig boek dat een goed beeld schept van het land waar niets is wat het lijkt. En wat op een humoristische wijze geschreven is.

Hieronder leest u een paar passages:

“Cuba is een waanzinnig gaaf shitland, en jij mag kiezen welke kant van de medaille boven komt drijven.”

“Geen enkele huurauto heeft een routeplanner, gewoon omdat GPS in Cuba verboden is. Gelukkig staan er meer dan genoeg navigatiesystemen langs de weg. Wij zouden dat lifters noemen.”

“Zodra het warmer is dan 24 graden klagen de Cubanen over de warmte. Als het kouder is dan 23 graden klagen ze over de kou. Alleen als het 23,5 graden is wordt er niet over het weer geklaagd.” > Heel herkenbaar, zelfs Jesús heeft meestal maar een magisch moment van een half uur waarin hij het ‘lekker weer’ vindt, alles daarvoor of daarna gaat gepaard met gepuf en gesteun over ondraaglijke hitte-dan-wel-kou…

CRW_5719

Echt dit boek moet je gelezen hebben. Het kost € 11,95. Maar dat heb je in een halve dag al terug verdiend op het moment dat je in Cuba bent.

 

Je vindt de link naar het e-book hier.

Als je het boek gelezen hebt laat het me dan niet weten maar vertel het anderen.