Gibara (1)

Gibara

Zo’n vijf jaar geleden was ik er al eens eerder geweest, Gibara. Een rustig stadje in het oosten van Cuba zo’n 30 kilometer onder de rook van Holguín.

Vijf jaar geleden was er hier niet veel te beleven. Geen hotel, casa particular of paladar te bekennen en alleen een verwaarloosde en verlaten Malecon. De zoektocht naar een paladar was dan ook erg lang en uiteindelijk na veel zoeken en vragen vonden we er een.

Nu vijf jaar later is dat wel anders. Casas particulares en paladares op bijna iedere hoek van de straat en er zijn zelfs twee hotels.

Maar wat mij het meest fascineert in Gibara is de toren bij de ingang van de stad. Vijf jaar geleden zag ik hem ook al staan.  Een verlaten toren vermoedelijk uit de tijd van de Spaanse inquisitie.

Gefascineerd als ik ben door oude en verlaten gebouwen wilde ik hier graag naar binnen. Maar ja hoe doe je dat? De ingang zit op 3 meter hoogte van het wegdek op een bergachtig stukje grond.

Tot de dag dat ik samen met mijn vrouw in Casa Sol y Mar verbleef en we met gehuurde fietsen het dorpje gingen verkennen. Uiteraard kwam we langs de toren.

Ik kon de verleiding niet weerstaan gooide mijn fiets tegen de berg en begon aan een kleine tocht naar boven. Mijn vrouw, niet zo geïnteresseerd in cultuur en historie bleef rustig beneden in de schaduw op me wachten.

Ik loop naar boven en kom eerst een luizige magere hard blaffende hond tegen. Na deze te hebben weggejaagd en mijn tocht vervolgend kom ik plotseling een oude man tegen die een achter een paar struiken verborgen huisje uitkomt. Ik groet hem vriendelijk en vraag of ik wat foto’s van toren mag maken. Hij vind het best en begint onderwijl van alles te vertellen over de toren zo blijkt hij inderdaad te zijn uit de tijd van de Spaanse Inquisitie, om precies te zijn uit 1816 als een soort verdedigingswerk regen de piraterij. Op mijn vraag of ik de toren in kan antwoord hij dat dit wel gaat maar erg lastig is. Ik maak nog wat foto’s en bedank de man hartelijk en stop hem 1 CUC toe.

Waarop de man zijn huisje binnen gaat en enkele seconden later terugkomt met iets wat voor een ladder moet doorgaan. Hij wenkt me mee te komen, en ik loop achter hem aan. Heel toevallig blijkt de ladder precies hoog genoeg te zijn om de bij de ingang van de toren te komen.

Ik waag me op de ladder tot een hoogte vanwaar ik de toren in kan kijken. Sube sube roept de oude man. Mij aanmoedigend verder te gaan en de toren te betreden. Ik zit inmiddels op een meter of zes hoog en wat de goede man (en mijn vrouw, die inmiddels foto’s van me aan het nemen is) niet weten is dat ik barst van de hoogtevrees. Maar goed wie A zegt moet B zeggen en ik klim veder omhoog om de toren binnen te gaan.

Binnen is niet veel te zien, een holle ruimte die volledig begroeid is met struiken. Waarschijnlijk hebben er twee verdiepingen met houten vloeren en een dak ingezeten die inmiddels zijn weggerot. Werkelijk zonde dat men dit zo laat verpauperen.

Mijn nieuwsgierigheid is bevredigd en ik daal de ladder weer af. Die overigens niets meer is dan twee dunnen boomstammen met dwars takken die ook nog eens op ongelijke hoogte zitten.

Trots op mezelf dat ik dit heb gedaan kom ik weer beneden waar mijn vrouw me verwijtend aankijkt. Weet je wel wat er had kunnen gebeuren als je van die ladder was afgevallen…?

Ik geef de oude man nogmaals 1 CUC voor deze schitterende ervaring. Hij lacht me breed toe. In nog geen half uur tijd heeft bij verdient waar hij normaal een week voor moet werken.

Gibara